je bent hier:
STUDENTEN INFORMATIE
Sociale zekerheid voor schoolverlaters 2013
Dit hoofdstuk wil een globaal beeld geven van de bepalingen uit de sociale zekerheidswetgeving die van praktisch belang zijn voor de afgestudeerde verpleegkundigen/vroedkundigen (deze worden in het vervolg van de tekst gemakshalve aangeduid als ‘schoolverlaters’).

1. DE INSCHRIJVING ALS WERKZOEKENDE

Elke jongere die het beroepsleven wil binnentreden heeft er belang bij zich onmiddellijk te laten inschrijven als werkzoekende.

1.1. WAAROM?
De inschrijving als werkzoekende is van belang om snel een passende job te vinden omdat men zich kenbaar maakt als werkzoekende,  maar is tevens een voorwaarde om de zgn. ‘beroepsinschakelingstijd” te doen lopen.
De beroepsinschakelingstijd is de vroegere ‘wachttijd’.
Hoe sneller je bent ingeschreven als werkzoekende, hoe sneller je in aanmerking komt voor allerlei tewerkstellingsmaatregelen of hoe sneller je later recht hebt op een inschakelingsuitkering of een werkeloosheidsuitkering als je geen job vindt.

1.2. WAAR?
De arbeidsbemiddeling en de inschrijving als werkzoekende wordt ten laste genomen: in Vlaanderen door de VDAB (Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding), in Brussel door Actiris (het vroegere BGDA Brusselse Gewestelijke Dienst voor Arbeidsbemiddeling) en in Wallonië door de FOREM (Office Communautaire et Regional de la Formation Professionelle et de l’Emploi).

1.3 WANNEER?
Als je studies beëindigd zijn op 30 juni kan de beroepsinschakelingstijd ten vroegste beginnen lopen op 1 augustus.
Als je studies beëindigd zijn voor 30 juni kan de  beroepsinschakelingstijd beginnen lopen vanaf de inschrijving als werkzoekende, dit ten vroegste de dag na het echte einde van je studies.
Als je afgestudeerd bent in juni dien je je ten laatste de eerste week van augustus in te schrijven om ervoor te zorgen dat de beroepsinschakelingstijd begint te lopen vanaf 1 augustus.
Als je je inschrijft na 9 augustus begint de beroepsinschakelingstijd te lopen op de dag van inschrijving.
Als je stopt met studeren midden in een schooljaar of indien je pas in september of later afstudeert, begint de beroepsinschakelingstijd  te lopen de dag van je inschrijving.
Het is dus aan te raden om je zo snel als mogelijk in te schrijven.
Indien je een tweede zit hebt, start de beroepsinschakelingstijd vanaf de dag van je inschrijving die ten vroegste na de tweede zit kan plaatsvinden.
Indien je een opleiding met leertijd volgt kan je je onmiddellijk na de leertijd inschrijven.
Indien je een werknemersleerovereenkomst hebt, ben je vrijgesteld van de beroepsinschakelingstijd.
Om ingeschreven te worden als werkzoekende, moet de jongere beschikbaar zijn op de arbeidsmarkt. Dat wil zeggen dat hij in staat moet zijn onmiddellijk een werk aan te vatten dat de VDAB, Actiris of de FOREM hem voorstelt.

1.2. HOE?
Het volstaat zich aan te melden bij het plaatsingsbureau van de bevoegde supraregionale tewerkstellingsdienst van de VDAB of van de FOREM of bij Actiris en in het bezit te zijn van de identiteitskaart of SIS-kaart (voor het rijksregisternummer) en eventueel van een door de onderwijsinrichting afgegeven getuigschrift waaruit blijkt dat de studies volbracht zijn. Men kan zich nu ook inschrjiven via de site van de VDAB.
Op het moment van inschrijving krijgt men een attest van inschrijving als werkzoekende. Dit attest heb je zowel nodig als je uiteindelijk werk vindt, als wanneer je na de beroepsinschakelingstijd een uitkering wenst aan te vragen.

1.3. DE BEROEPSINSCHAKELINGSTIJD
De beroepsinschakelingstijd duurt 310 kalenderdagen ongeacht je leeftijd.
Werken tijdens deze beroepsinschakelingstijd is uiteraard mogelijk.
Als schoolverlater kan je nog tijdens je laatste vakantie na het beëindigen van je studies als jobstudent werken. Als je in juli als jobstudent werkt, dan telt deze periode niet mee voor je  beroepsinschakelingstijd. Als je in augustus of september werkt als jobstudent dan loopt je beroepsinschakelingstijd gewoon door. Indien je in augustus werkt en je je als werkzoekende inschrijft in september, tellen deze dagen al mee voor de beroepsinschakelingstijd.
Als je na je studies als gewone werknemer aan de slag bent, gelden de volgende principes. Als je voltijds begint te werken in juli tellen de gewerkte dagen mee voor  de beroepsinschakelingstijd . Als je voltijds begint in augustus loopt  de beroepsinschakelingstijd gewoon door. Als je deeltijds begint te werken, moet je mee delen dat je wil ingeschreven blijven als werkzoekende voor een voltijdse job. Indien je dit niet doet telt je beroepsinschakelingstijd maar deeltijds.
Indien je als schoolverlater een onbezoldigde stage loopt of vrijwilligerswerk verricht in het buitenland is het zo dat wanneer dit meer dan 4 weken duurt, je aanzien wordt als iemand die niet langer beschikbaar is voor de arbeidsmarkt. Dit heeft tot gevolg dat je beroepsinschakelingstijd kan opgeschort worden.
Op het einde van je beroepsinschakelingstijd dien je langs te gaan bij de werkeloosheidsdienst.
Na het volbrengen van je beroepsinschakelingstijd moet je opnieuw bij de VDAB, Actiris of de FOREM langs gaan. Je ontvangt dan een inschrijvingsstempel.Tegelijkertijd moet je een werkloosheidsdossier laten opmaken bij de instelling die jouw werkloosheidsvergoeding betaalt. Voor het aanmaken van een dossier heb je volgende documenten nodig: attest van inschrijving bij VDAB of Actiris, formulier C109/36 die door de VBAD of Actiris werd ingevuld , formulier C109/36 die door de VBAD of Actiris indien je middelbare school hebt beëindigd of een kopie van je diploma indien je hoger onderwijs hebt voleindigd.

1.6. VOORWAARDEN OM EEN INSCHAKELINGSUITKERING TE KRIJGEN
Om recht te hebben op een inschakelingsuitkering dient de werkzoekende te voldoen aan de voorwaarden van art 36 § 1 juncto art 63 van het KB van 25/11/1991. Het gaat onder meer om de volgende voorwaarden: onvrijwillig zonder werk zijn, geen passende opleiding of betrekking weigeren, beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt, actief meewerken aan begeleidings- en/of opleidingsacties, zelf actief naar werk zoeken, …
Vooral de laatste voorwaarde is zeer belangrijk en de naleving ervan wordt streng opgevolgd
Inschakelingsuitkeringen zijn forfaitair en mogen niet verward worden met werkeloosheidsuitkering. De werkzoekende die geniet van een inschakelingsuitkering, zal pas kunnen overstappen naar een werkeloosheidsuitkering indien voldaan werd aan de duidelijke in art 40 juncto 30, 31, 32 of 33 van voornoemd KB omschreven voorwaarden.

1.7 HOEGROOTHEID VAN DE INSCHAKELINGSUITKERING
Bij de berekening wordt rekening gehouden met de leeftijd en de gezinstoestand. Het is dus belangrijk dan men bij de inschrijving als werkzoekende een correcte omschrijving geeft van de gezinstoestand en de leeftijd.

1.8 DUUR TOEKENNING INSCHAKELINGSUITKERING:
De inschakelingsuitkeringen worden toegekend voor een periode van maximum 36 maanden, verlengbaar onder bepaalde voorwaarden. De berekening van dit krediet van 36 maanden start vanaf 1 januari 2012 (met andere woorden, de met wachtuitkeringen vergoede werkloosheidsperiodes  gelegen voor 1 januari 2012 worden geneutraliseerd voor de berekening van het krediet). Deze periode kan van 3 jaar kan verlengd worden met 6 maanden verlenging als je 156 arbeidsdagen (6 maanden) voltijds gepresteerd hebt gedurende de laatste 24 maanden (2 jaar).


2. ZIEKTEVERZEKERING

Zolang de jongere studeert en gedurende de loop van de beroepsinschakelingstijd, is hij/zij tot 25 jaar verzekerd door de ziekte- en invaliditeitsverzekering van zijn ouders.
Van zodra je 25 jaar wordt,  kan je niet meer als kind ten laste van je ouders verzekerd zijn: je moet dan ofwel zelf aansluiten bij een ziekenfonds of, indien je samenwoont of gehuwd bent, aansluiten als samenwonende of echtgenoot ten laste.
Van zodra je begint te werken of inschakelingsuitkeringen ontvangt, ben je verplicht om zelf aan te sluiten bij een ziekenfonds.  Je kan je ziekenfonds vrij kiezen.
Vanaf dat moment heb je ook recht op uitkeringen wegens loonverlies (ziekte-uitkeringen) als je door een ongeval of ziekte arbeidsongeschikt wordt. Als je ten laatste binnen de 10 maanden (-26 jaar) of 13 maanden (+26 jaar) na het beëindigen of stopzetten van je studies werk vindt of uitkeringsgerechtigd wordt, en vervolgens arbeidsongeschikt wordt, dan heb je onmiddellijk recht op ziekte-uitkeringen. Is dat niet het geval, dan krijg je pas na zes maanden een ziekte-uitkering.
Ook daarom is het dan ook belangrijk om je onmiddellijk na het beëindigen of stopzetten van je studies in te schrijven als werkzoekende.

3. KINDERBIJSLAG

3.1. HET RECHT OP KINDERBIJSLAG IN HOOFDE VAN DE OUDERS VAN DE SCHOOLVERLATER
Een jongere die net is afgestudeerd of stopt met studeren en ingeschreven is als werkzoekende kan nog maximaal 12 maanden recht hebben op kinderbijslag en dit enkel indien aan bepaalde voorwaarden voldaan is.
De jongere kan voor de laatste zomervakantie kinderbijslag krijgen als student op voorwaarde dat hij in de maanden juli, augustus en september samen niet meer dan 240 uren werkt.
Wie in zijn laatste zomervakantie meer dan 240 uren werkt, heeft geen recht meer op kinderbijslag als student.
Indien voldaan is aan de volgende voorwaarden,  kan een jongere die ingeschreven is als werkzoekende wel nog kinderbijslag krijgen: het maandelijkse inkomen ligt niet hoger ligt dan 520,08 € bruto en de jongere is jonger dan 25 jaar, is niet langer leerplichtig , heeft een opleiding voleindigd en is niet vrijwillig werkloos. Het recht op kinderbijslag als werkzoekende bestaat gedurende een termijn van 12 maanden. Er wordt echter geen kinderbijslag meer betaald als de jongere een inkomen uit arbeid of een uitkering heeft die hoger is dan 520,08 € bruto of de leeftijd van 25 jaar bereikt.

3.2. HET RECHT OP KINDERBIJSLAG VAN DE SCHOOLVERLATER TEN AANZIEN VAN ZIJN EIGEN KINDEREN
Onder bepaalde voorwaarden kan de student die één of meerdere eigen kinderen ten laste heeft, voor deze kinderen gezinsbijslagen genieten. De voornaamste voorwaarde luidt dat er niet reeds een recht op kinderbijslag bestaat voor de betrokken kinderen, bijvoorbeeld uit hoofde van de beroepsactiviteit van de echtgenoot.

 4. JEUGDVAKANTIE

4.1. WAAROVER GAAT HET?
De jongere die afstudeert, jonger dan 25 jaar is op het einde van het vakantiedienstjaar (vakantiedienstjaar is het kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarin de jongere vakantie neemt) en ten minste één maand werkt als loontrekkende, kan het daaropvolgende jaar jeugdvakantie nemen ter aanvulling van zijn onvolledig recht op vakantie. Voor de jeugdvakantiedag ontvangt hij ten laste van de werkloosheidsverzekering een uitkering die 65 % bedraagt van zijn begrensd loon. Meer uitleg hieromtrent vindt u in de volgende punten.

4.2. UITLEG OVER DE GEWONE BETAALDE VAKANTIE
Het aantal weken betaalde vakantie in het vakantiejaar hangt af van de tewerkstellingsduur in het vorige jaar (vakantiedienstjaar). Wie het ganse jaar 2006 heeft gewerkt, heeft in 2007 recht op vier weken betaalde vakantie. Wie slechts een half jaar heeft gewerkt, heeft slechts recht op twee weken betaalde vakantie.
Voor betaalde vakantiedagen wordt vakantiegeld uitbetaald. Bij een bediende gebeurt de betaling door de werkgever, bij een arbeider door de Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie of door een vakantiekas.

Voorbeeld:
Een jongere die afgestudeerd is in 2009 en aan het werk gaat als bediende vanaf 1 oktober, heeft in 2009 slechts drie maanden gewerkt en heeft in 2010 slechts één week betaalde vakantie. De regeling van de jeugdvakantie voorziet dat de pas afgestudeerde jongere ter aanvulling van zijn onvolledig aantal betaalde vakantiedagen, jeugdvakantie mag nemen, zodat de totale vakantieperiode vier weken kan bedragen. Voor de jeugdvakantiedagen kan men een jeugdvakantie-uitkering krijgen ten laste van de werkloosheidsverzekering.

4.3. WIE HEEFT RECHT OP JEUGDVAKANTIE?
Om recht te hebben op jeugdvakantie, moet de jongere aan de volgende voorwaarden voldoen:
- op 31 december van het vakantiedienstjaar de leeftijd van 25 jaar niet bereikt hebben;(het vakantiedienstjaar is het kalenderjaar dat voorafgaat aan het kalenderjaar waarin de jongere vakantie neemt
- in de loop van het vakantiedienstjaar zijn studies (met inbegrip van de periode van het maken van een eindwerk), leertijd (middenstandsopleiding of industriële leertijd) of opleiding (vorming erkend in het kader van de deeltijdse leerplicht, opleiding erkend door de VDAB, Actiris, FOREM in het kader van het inschakelingsparcours) hebben beëindigd;
- na de beëindiging van de studies, leertijd of vorming, in de loop van het vakantiedienstjaar gewerkt hebben als loontrekkende gedurende een minimumperiode. De jongere moet gedurende ten minste één maand verbonden zijn door één of meerdere arbeidsovereenkomsten. Deze tewerkstelling moet ten minste 70 arbeidsuren (ofwel 13 dagen) of gelijkgestelde uren omvatten. Een tewerkstelling met de vakantieregeling ‘openbare dienst’ of met een uitgestelde bezoldiging (onderwijs) en een industriële leertijd tellen echter niet mee.

4.4. WANNEER KUNNEN DE JEUGDVAKANTIEDAGEN WORDEN GENOMEN?
De jeugdvakantie kan slechts genomen worden tijdens een tewerkstelling als loontrekkende en na de uitputting van de gewone betaalde vakantie. Op het formulier ‘C 103 jeugdvakantie’ (zie punt 7) wordt de aanbevolen werkwijze inzake omrekening van betaalde vakantie bij wijziging van arbeidsregeling uitgelegd.
De ligging van de jeugdvakantie wordt vastgesteld zoals de ligging van gewone vakantiedagen. Het gebeurt dus overeenkomstig een collectief akkoord op paritair of bedrijfsniveau of in onderling akkoord tussen de jongere en zijn werkgever. De dagen kunnen in één of meerdere keren worden genomen per volledige of halve dag. De jongere is echter niet verplicht deze jeugdvakantiedagen te nemen.
Omdat de jeugdvakantie slechts genomen kan worden tijdens een tewerkstelling, heeft de jongere die uitzendarbeid heeft verricht en tijdens de daarop volgende periode van volledige werkloosheid vakantie neemt, geen recht op jeugdvakantie. Mogelijk heeft deze jongere wél recht op wacht- of werkeloosheidsuitkering.
De jeugdvakantie wordt voor de andere takken van de sociale zekerheid (kinderbijslag, ziekteverzekering, pensioen) en voor het recht op vakantie in het volgende jaar, gelijkgesteld met gewone vakantie.

4.5. WANNEER HEEFT DE JONGERE RECHT OP JEUGDVAKANTIE-UITKERINGEN?
De jongere die overeenkomstig punt 3 en 4 jeugdvakantie neemt, heeft recht op jeugdvakantie-uitkeringen indien hij:
- niet reeds tijdens een vorig kalenderjaar voldeed aan de voorwaarden om aanvullende vakantie (regeling tot het vakantiejaar 2000)of jeugdvakantie-uitkeringen (regeling vanaf het vakantiejaar 2001) te bekomen. In de praktijk betekent dit bijvoorbeeld dat de jongere die afstudeerde in 2003 en binnen vier maanden aan het werk ging, geen vakantie-uitkeringen kan genieten na het einde van een hervatting van de studies;
- voor de (halve) jeugdvakantiedagen geen beroeps- of vervangingsinkomen ontvangt.

4.6. HOEVEEL BEDRAAGT DE JEUGDVAKANTIE
Het aantal vakantie-uren dat niet meer gedekt is door vakantiegeld wordt omgerekend naar een aantal uitkeringen via de formule ‘Vakantie-uren * 6, gedeeld door de normale voltijdse wekelijkse arbeidsduur’.
Het dagbedrag van de jeugdvakantie-uitkering bedraagt 65% van het gemiddelde begrensde dagloon van de jongere tijdens de eerste maand waarin de jeugdvakantie wordt genomen, begrensd tot € 1999,28 per maand. Het maximumbedrag is dus gelijk aan € 49,98 gerekend in de zesdagenweek. Op dit bedrag wordt een fiscale voorheffing ingehouden van 10,09 %.
Voorbeeld
De jongere met een loon van € 1.999,28 € die voltijds werkt en één week jeugdvakantie neemt zal dus 38 x 6/38 = 6 daguitkeringen van € 49,98 ontvangen, of € 299,88 bruto of € 269,62 netto.

4.7. HOE BEKOMT DE JONGERE DE JEUGDVAKANTIE-UITKERING?
De eerste maand met jeugdvakantie dient de jongere drie formulieren in: de C103 Jeugdvakantie Werknemer, dat hij zélf invult, en de C103 Jeugdvakantie Werkgever, in te vullen door zijn werkgever, in tweevoud. Na een tweede en volgende kalendermaand met jeugdvakantie moet de jongere enkel nog de C103 Jeugdvakantie Werkgever indienen.
De jongere dient de formulieren naar keuze in bij een van de particuliere uitbetalingsinstellingen (opgericht door het ABVV, het ACLVB of het ACV) of bij de openbare Hulpkas voor werkeloosheidsuitkering. Blanco formulieren kunnen bekomen worden bij die uitbetalingsinstellingen of bij elk werkloosheidsbureau van de RVA, dienst economaat.
De C103 Jeugdvakantie Werknemer en de eerste C103 Jeugdvakantie Werkgever kunnen ten laatste tot februari van het jaar volgend op het vakantiejaar ingediend worden.
De betaling gebeurt ten vroegste vanaf mei van het vakantiejaar, op basis van elke ingediende C103 Jeugdvakantie Werkgever.

Voorbeeld:
De jongere die recht heeft op één week betaalde vakantie, kan in totaal drie weken jeugdvakantie bekomen. Hij neemt in januari één week betaalde vakantie. Hij neemt vervolgens zijn jeugdvakantie in april (2 dagen), in juli-augustus (2 weken) en in december (het saldo).
De jongere zal volgende formulieren indienen:
• na de eerste jeugdvakantie, in april: de C103 Jeugdvakantie Werknemer, de C103 Jeugdvakantie Werkgever in tweevoud (op dit laatste vult de werkgever de effectieve jeugdvakantie-uren van die maand in);
• na de vakantieperiode juli- augustus: een C103 Jeugdvakantie Werkgever voor juli en een C103 Jeugdvakantie Werkgever voor augustus;
• na de vakantiedagen in december: een C103 Jeugdvakantie Werkgever voor december
De betaling van die jeugdvakantie-uitkeringen mag dan verwacht worden in mei, augustus en januari (info bij de uitbetalingsinstelling).
Vanaf 2003 mag elke werkgever de C103 Jeugdvakantie Werkgever vervangen door een elektronisch bericht: dit komt zonder tussenkomst van de jongere bij diens uitbetalingsinstelling terecht. Als zijn werkgever de gegevens elektronisch doorstuurt, moet de jongere nog slechts één keer één papieren formulier indienen: de C103 Jeugdvakantie Werknemer op het ogenblik van de eerste jeugdvakantie. (Van elk elektronisch doorgestuurd bericht krijgt hij wel een afschrift, dat hij mag bewaren.)

4.8. WENS JE MEER INFO?
Voor meer informatie kan je terecht bij je uitbetalingsinstelling of bij het werkloosheidsbureau van de RVA (zie telefoongids ‘Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening’). Je kunt daar infobladen verkrijgen waarin gedetailleerd wordt ingegaan op de verschillende aspecten van de werkloosheidsverzekering.   

Geef uw Gebruikersnaam en Paswoord.
Gebruikersnaam
Paswoord
Blijf ingelogd
Paswoord vergeten?