Nieuws NVKVV
Terug

Extra federaal budget voor verpleegkundigen

Geen gebrek aan concrete voorstellen voor verpleegkundigen op de werkvloer

Goed nieuws

Eind oktober 2019 werd door het federaal parlement een extra budget vrijgemaakt specifiek voor verpleegkundige functies. De doelstelling is meer verpleegkundigen aan het bed van de patiënt te krijgen. De geschatte aanwervingsmarge met dit budget ligt tussen de 5 700 en 6 600 verpleegkundigen. Dit is dus goed nieuws.  De boodschap die alle verpleegkundige beroepsorganisaties verschillende malen hebben uitgestuurd voor de verkiezingen maar ook nadien, hebben daadwerkelijk gehoor gevonden bij de politieke partijen.

Onzekerheden vragen een spoedig antwoord

Tot op heden is nog niet bepaald waaraan de gelden precies zullen worden gespendeerd en hoe deze zullen worden ingebed in de ziekenhuizen en in de thuisverpleging. Ook is er nog geen zekerheid of dit budget (67 miljoen per twee maanden startende vanaf november 2019 of 402 miljoen per volledig kalenderjaar) een uitrol zal kennen voor de laatste twee maanden van 2019 én of het budget eventueel zal worden verdaagd naar 2020. Ook op de vraag 'Wat mogen onze verpleegkundigen na 2020 verwachten?' willen we graag spoedig een antwoord. 

Voorkeur methode financiering lokaal sterk verschillend

Als beroepsorganisatie wensen we ons niet uit te spreken over welke methode de voorkeur wegdraagt om de gelden in de zorginstellingen in te bedden (via sociale Maribel, een specifiek fonds of binnen het budget financiële middelen van de ziekenhuizen BFM). Aan elke methode zijn immers voor- en nadelen verbonden die gekoppeld zijn aan risico’s op onderfinanciering en sterk fluctuerend zijn in functie van de interne samenwerkingsverbanden tussen vakbonden en directies binnen de zorginstellingen. Welke methode de voorkeur krijgt is dus lokaal zeer verschillend. Daarenboven betreft dit een zeer technisch dossier waarvoor de bevoegde federale overheidsdiensten over de nodige expertise beschikken. 

Voorstellen vertrekkend vanuit het algemene belang voor verpleegkundigen in de dagdagelijkse zorg

Wel wensen we ons uit te spreken over de verwachtingen die door de werkende verpleegkundigen worden gesteld ten aanzien van het extra budget en mogelijke pistes waaraan dat budget kan worden besteed. Hierbij stellen we het algemeen belang van een verpleegkundige voorop die iedere werkdag de zorg opneemt voor een grote groep van patiënten en daardoor te kampen heeft met een hoge werkdruk. Een werkdruk die alle gevolgen van dien heeft voor het welbevinden op de werkvloer van die verpleegkundige en de kwaliteit van zorg voor zijn patiënten. 

Aandacht voor noden in niet-federaal gefinancierde zorginstellingen

Ook al betreft dit een federale financiering, willen we niet nalaten de noden binnen de zorginstellingen die niet onder de federale bevoegdheden vallen te stipuleren. Ook in o.a. de ouderenzorg en de gehandicaptenzorg zijn voldoende en goed opgeleide verpleegkundigen noodzakelijk.


Bijlage 1 - Open brief van NVKVV aan de leden van de Kamer van Volksvertegenwoordigers, 31 oktober 2019
(lees HIER)

Paragraaf die we specifiek onder de aandacht willen brengen:

“We vragen daarom in de eerste plaats dat de financiële middelen die vandaag reeds worden besteed aan onze Belgische gezondheidszorg worden uitgezuiverd. Intern huiswerk binnen zorginstellingen dient te worden gemaakt, met name inzetten op het efficiënter benutten van beschikbare financiële middelen, maar zeker ook het efficiënter inzetten van het beschikbare personeelskader. Dit uitzuiveren onderzoeken en realiseren zal ook geld en tijd kosten!
Maar we moeten durven ook daar aan te beginnen.”


6 december 2019 - Concrete voorstellen gericht aan de specifieke commissie samengesteld in opdracht van het federaal parlement op 6 november 2019 met als doelstelling prangende vragen uit te klaren en de budgetten op een behoorlijke manier te laten inbedden. 

De unanieme doelstelling is: Meer goed opgeleide verpleegkundigen op de werkvloer.  
Deze stelling is gefundeerd op evidentie. Vandaag ligt in België het gemiddeld aantal patiënten per verpleegkundige op bijna elf. We wensen dit minimaal te verlagen naar het Europees gemiddelde van acht patiënten per verpleegkundige. Lees studie KCE eind 2019 (nog niet gepubliceerd) – RN4cast 2014 en studie UAntwerpen2  gepubliceerd op 4 december 2019. 

Concrete voorstellen:

1. Extra budget dient niet om huidige financiële tekorten weg te werken

Vandaag worden veel verpleegkundigen reeds bovenop de wettelijke personeelsnorm door ziekenhuizen zelf gefinancierd via afdrachten door artsen of andere financiële bronnen. Dit was ook noodzakelijk gezien deze wettelijke personeelsnormen sinds de jaren ’60 niet meer werden aangepast, de zorgvraag inmiddels sterk is toegenomen en men niet wenst in te binden in kwaliteitsvolle zorg. Algemeen wordt verwacht dat het extra budget dat nu wordt vrijgemaakt door de federale regering, in de eerste plaats zal worden gebruikt om het financiële tekort weg te werken dat door de ziekenhuizen reeds vele jaren door afdrachten werd gefinancierd.  De verpleegkundige aan de basis op dienst zullen dus misschien niet altijd extra collega-verpleegkundigen kunnen verwelkomen op de werkvloer. De middelen die nu federaal worden vrijgemaakt zijn bijkomend ontoereikend om de volledige behoefte te dekken. 

2. Controleorgaan of accuraat register van het aantal FTE verpleegkundigen die vandaag en na ontvangst extra budget tewerkgesteld zijn

Enkel zo kunnen we erop rekenen dat onder de verantwoordelijkheid van verpleegkundige directies de aanstelling van meer verpleegkundigen is verzekerd.   

3. Financiering van een inloopperiode buiten de personeelsnorm van 3 tot 6 maanden voor intreders

Wanneer nieuwe verpleegkundigen starten is het zeer verschillend per (dienst van een) ziekenhuis of een inlooptijd buiten de personeelsnorm al dan niet is voorzien. Ook de duur van deze inlooptijd is zeer afwijkend, als deze al bestaat. Het onmiddellijk inzetten van intreders binnen de voorziene wettelijke personeelsnorm is zeker geen uitzondering. Vandaag valt deze inloopperiode ook buiten de financiering. 
Zonder inloopperiode buiten de personeelsnorm, komt de noodzakelijke ruimte voor het opleiden en inwerken van intreders onder druk te staan. Deze inloopperiode is er zowel voor de intredende verpleegkundige als voor zijn collega’s die al op de dienst werken en mee instaan voor het opleiden en inwerken van deze persoon. Logischerwijze eist deze periode extra tijd en aandacht op van de collega’s, die al onder hoge werkdruk staan. Dit is dus geen comfortabele situatie voor beiden. 

4. Ingaan op noodzaak van de interprofessionele doelstelling van vijf vormingsdagen per jaar per FTE

Op heden kan in meerdere ziekenhuizen aan deze doelstelling amper tegemoet worden gekomen door een gebrek aan middelen: financieel in functie van de inschrijvingsgelden en menselijke middelen in functie van de continuïteitsgarantie op dienst. Daarom aansluitend opnieuw een verwijzing naar de algemene voorwaarde van deze nota: de noodzaak aan voldoende verpleegkundigen zodat verpleegkundigen op dienst kunnen worden vervangen tijdens vormingsmomenten. Zo wordt ook tegemoet gekomen aan de vereiste inzake aantoonbare bekwaamheid m.b.t. de federale goedgekeurde kwaliteitskaderwet.

5. Garantie op twee aansluitende weken verlof zonder het risico opgeroepen te worden

De aanwerving van meer verpleegkundigen, maakt het op dienst mogelijk meer garantie te bieden op twee opeenvolgende weken verlof zonder de kans tijdens het verlof opnieuw opgeroepen te zullen worden. Momenteel wordt frequent aan verpleegkundigen gevraagd of ze hun verlof opnemen in het binnen- of het buitenland. Bij tekorten op diensten, kunnen verpleegkundigen die niet op reis gaan toch opgeroepen worden om te komen werken. 

6. Inzetten op meer verpleegkundigen voor de mobiele diensten

Vandaag is er onderfinanciering voor deze diensten en winnen deze meer en meer aan belang gezien de verkorte ligdagduur. 

7. Inzetten op meer verpleegkundigen voor mobiele equipes

Hier kunnen verpleegkundigen bijdragen op diensten waar regelmatig gevaarlijke tekorten zijn. 

8. Specifieke voorstellen vanuit de (zelfstandige) thuis-verpleegkundigen

NVKVV is lid van het Evita-kartel dat zelfstandige thuisverpleegkundigen vertegenwoordigt. Dit kartel werkt momenteel aan een nota dat op een later tijdstip zal worden vrijgegeven. Ook is NVKVV via het Evita-kartel vertegenwoordigd in het NPTV waar momenteel ook wordt gewerkt aan een nota specifiek voor de diensten thuisverpleging. 


_________________________________________

1 Aiken, L.H., Sloane, D.M., Bruyneel, L., Van den Heede, K., Griffiths, P., Busse, R., Diomidous, M., Kinnunen, J., Kózka, M., Lesaffre, E., McHugh, M.D., Moreno-Casbas, M.T., Rafferty, A.M., Schwendimann, R., Scott, P.A., Tishelman, C., Van Achterberg, T., Sermeus, W., for the RN4CAST consortium (2014). Nurse staffing and education and hospital mortality in nine European countries: A retrospective observational study. The Lancet, 383 (9931), 1824-30.

2 Haegdorens F., Van Bogaert P., De Meester K.  Monsieurs K  The impact of nurse staffing levels and nurse’s education on patient mortality in medical and surgical wards: an observational multicentre study