Nieuws NVKVV
Terug

Het DNA van de verpleegkundige

‘Trots op jullie, trots op ons beroep’

‘Trots op jullie, trots op ons beroep’, dat is de boodschap die Ellen De Wandeler, algemeen coördinator van het NVKVV jullie wilt meegeven bij de dag van verpleegkunde, op 12 mei. Ze spreekt over uitstraling, expertise, engagement en over evoluties in de verpleegkunde. 


Buiten beloven lenteprikken een pracht van een lente. Binnen, in het huis van het NVKVV, bruist er ook iets: de passie om de specifieke plek van de verpleegkundige aan de zijde van de zorgvrager te verankeren. Over het hoe en waarom vertelt Ellen De Wandeler:


De dag van de verpleegkunde zet verpleegkundigen in de bloemetjes. Met reden? 

‘Zeker. Verpleegkundigen mogen heel trots zijn op wat ze doen, op hun werk, hun engagement, hun aandacht, de plaats die ze innemen in de gezondheidszorg, hun resultaten op vlak van gezondheidswinst of op kwaliteit van leven. Ze zijn onmisbaar voor zovele patiënten en bewoners. Wij zijn heel trots op hen en willen hen dat ook graag vertellen: “Je mag trots zijn op wat je doet. Straal dat maar uit. Minimaliseer niet wat je dagelijks voor patiënten en bewoners betekent, minimaliseer ook je verpleegkundige deskundigheid niet.” Vandaag worden verpleegkundigen veel logistieke taken in de schoenen geschoven. Ik wil hen graag aanmoedigen om op hun strepen te staan: “Toon je verpleegkundige competenties, je inbreng. En vraag aan je werkgever voortaan enkel verpleegkundige taken toegewezen te krijgen.” We hopen dat de jarenlange oproep voor goede ondersteunende functies voor verpleegkundigen eindelijk beantwoord en gefinancierd wordt.’ 


Die plaats van de verpleegkundigen verdedigen is een taak van het NVKVV. 

‘En één die we met al onze energie opnemen. We: dat zijn, naast de medewerkers en de bestuursleden van het NVKVV, vooral al die professionals die als vrijwilliger meewerken in regionale netwerken en werkgroepen of die als mandataris het NVKVV vertegenwoordigen bij het beleid. We zijn hen ongelofelijk dankbaar voor hun stem en voor het werk dat zij hiervoor verzetten. Zij zijn het hart van onze beroepsorganisatie. De voorbije jaren is hun aantal en hun onderling overleg gegroeid en heeft een grote groep jonge verpleegkundigen een engagement opgenomen. Die jonge generatie verpleegkundigen begeleiden we om hun stem te laten horen en vooral om binnen het verpleegkundig beroep verder te vernieuwen. Zij zijn de toekomst voor de verpleegkundige verankering in de zorg. We willen een rol spelen in het verbinden van alle verpleegkundigen om een echt gedragen dialoog in dit land te kunnen voeren. Het engagement dat vrijwilligers opnemen, biedt hen persoonlijk een bredere achtergrond in hun werk en brengt ons een brede gedragenheid wanneer we vragen vanuit het beleid beantwoorden, adviezen geven, acties starten.’


Het werk dat de vrijwilligers van het NVKVV verzet hebben: kan je daar een voorbeeld van geven? 

‘In de voorbije legislatuur stond functiedifferentiatie tussen de verschillende verpleegkundige functies hoog op de agenda. In de Federale Raad voor Verpleegkunde (FRV) hebben de leden van de verschillende werkgroepen van het NVKVV en van vele andere beroepsorganisaties voor verpleegkundigen, vakbondsafgevaardigden en vertegenwoordigers van het onderwijs en de zorgkundigen, veel werk gemaakt van een door de meerderheid gedragen functie- en competentieprofiel voor de verschillende specialisaties in de verpleegkunde. Dat werk is gestart in 2014 en zal pas in 2019 volledig klaar zal zijn, een hels werk waarin veel expertise betrokken is geweest. De personen die in de werkgroepen in de Federale Raad afgevaardigd zijn, illustreren die expertise. Het zal je dan ook niet verbazen dat we dit model blijven verdedigen en voet bij stuk houden. Een gedragen visie over verpleegkunde over de taalgrenzen en sectoren heen, is iets om voor te gaan. Een duidelijker carrièrepad, een helderder beeld van wat een verpleegkundige doet en waar zij voor staat, helpt bouwen aan het imago van de verpleegkundige.’


Waarom is dat imago van de verpleegkundige belangrijk?  

‘Hoe de mensen praten over verpleegkundigen, hoe de media hun werk in beeld brengt, bepaalt voor een deel het imago van verpleegkundigen. Geen uiterlijke schijn  maar een waarheidsgetrouw beeld meegeven aan jongeren die voor een studiekeuze staan. Ook wanneer jongeren een familielid in het ziekenhuis bezoeken of wanneer zij verpleegkundigen in hun omgeving over hun werk horen praten, beïnvloedt dat hun studiekeuze. Voelen jongeren daarbij waardering voor het werk van verpleegkundigen, dan zal hen dat stimuleren om die keuze te maken. Maar vaak worden woorden van kritiek sneller of scherper geuit. We hebben hier een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid en een belangrijke individuele inbreng door positief over ons beroep te praten maar ook door onze verpleegkundige deskundigheid explicieter in te zetten in de zorg. Het is vervolgens aan de beleidsmaker om de juiste politieke beslissingen te nemen om werkgevers te helpen om de differentiatie op de werkvloer te realiseren en om werknemers te begeleiden bij weerstand bij verandering in het werkveld. Die beslissingen kunnen niet lang meer uitblijven, dit academiejaar daalde de instroom bachelor verpleegkundigen met bijna 10%.’


Een positief imago versterkt de instroom. Is er ook uitstroom? 

‘Een beperkte uitstroom, om een heleboel redenen, zal er altijd zijn. Maar er is meer. Een werkgroeplid van het NVKVV, een gespecialiseerd verpleegkundige met een schat aan expertise, kreeg de vraag vanuit de Verenigde Arabische Emiraten of hij niet wou emigreren om daar een functie in hun gezondheidszorg op te nemen. Een ziekenhuis uit Nederland vroeg ons of ze mochten adverteren in onze publicaties om Belgische bachelor verpleegkundigen in Nederland aan te werven omwille van hun goede opleidingsniveau. Dat is pure braindrain terwijl we onze krachten hier zo broodnodig hebben. België praat over het importeren van buitenlandse verpleegkundigen. Maar kunnen we ook niet onze goede krachten “in huis” houden?’ 


Kan een aanpassing van de normen hier helpen? 

‘Dat zou inderdaad de werkdruk verlagen, de uitstroom kunnen beperken en het imago van de verpleegkundige een boost geven. Dat vermoeden we maar om dat zeker te weten hebben we als beroepsorganisatie twee studievoorstellen uitgeschreven voor het Federaal Kenniscentrum (KCE). Een eerste studie, over het aantal patiënten dat aan een verpleegkundige wordt toevertrouwd (de patiënt/nurse ratio) in de ziekenhuizen, is ondertussen gestart. Een tweede, over die verhouding in de woonzorgcentra, start later dit jaar. Hiermee hopen we cijfermatig aan te tonen dat voldoende hoger opgeleide verpleegkundigen op de werkvloer de kwaliteit van zorg zal verhogen en de mortaliteit bij de patiënt verlagen. Internationale studies zijn hier al langer duidelijk over. 


Wat kan nog helpen om de werkdruk te verlagen?

‘Vaak horen we de stelling: “Er is een tekort aan handen in de zorg”. Teveel vacatures blijven te lang openstaan en op diensten is het aantal patiënten per verpleegkundige hoog. Dat resulteert in een enorme werkdruk. Te weinig horen we de stelling “Er is een tekort aan het efficiënt inzetten van alle beschikbare functies in de zorg.” De wettelijke normen voor verpleegkundigen in ziekenhuizen en in o.a. woonzorgcentra sturen werkgevers aan bij het aanwerven van verpleegkundigen maar daarbij gaat er niet altijd voldoende aandacht naar de specifieke taken waarvoor die verpleegkundige talenten ingezet worden. 

Ongeacht de sector mogen verpleegkundige competenties niet worden afgekalfd om het tekort aan handen op te lossen. In tijden van schaarste  zijn andere oplossingen nodig: wanneer verpleegkundigen morgen enkel nog verpleegkundige taken zouden opnemen, komen we voor een groot deel tegemoet aan het sterk voelbare tekort aan hoog opgeleide verpleegkundigen op de werkvloer en creëren we verpleegkundige functies waarin de competities van iemand die vier jaar gestudeerd heeft, optimaal worden ingezet. Door een exclusieve verantwoordelijkheid van verpleegkundigen te bepalen, in combinatie met een voldoende ruim kader dat differentiatie toelaat, komt ruimte voor nieuwe zorgberoepen met eigen competentie en autonomie vrij.

Automatisch zal hierop een hogere instroom van studenten en een lagere uitstroom bij de actieve verpleegkundigen volgen. Die theorie omzetten naar de praktijk is enkel haalbaar indien er voldoende diversiteit in de verschillende functieomschrijvingen gecreëerd wordt. Daarin is autonoom kunnen functioneren binnen ieders specifieke expertisedomein van primordiaal belang.’ 


Wat heeft deze legislatuur bereikt voor de verpleegkundigen? Wat wordt meegenomen naar de volgende minister? 

‘De invoering van de verpleegkundig specialist naast de bachelor verpleegkundige in maart dit jaar was een eerste stap. De volgende stap is het toevoegen van de gespecialiseerde verpleegkundige (incluis de verpleegkundig consulent). Indien de wetgever de functies en criteria voor hun titel vastlegt, krijgt deze grote groep een eigen plek in de gezondheidszorg. Dat geeft duidelijkheid zowel voor de verpleegkundigen als voor de patiënt en voor andere zorgverleners, bijvoorbeeld in interdisciplinair overleg. Die evolutie was een groeiproces de voorbije jaren, eerst via adviezen vanuit de Federale Raad Verpleegkunde, adviezen die nu verder vorm moeten krijgen in wetten.’


Wat brengt de toekomst nog? Welke evoluties zie je? 

‘We zullen anders moeten leren kijken naar wat we doen. Het RIZIV (Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering) is eind 2018 met een denktank gestart met vertegenwoordigers uit de beroepsorganisaties, de ziekenfondsen, de overheid, de farma-industrie en andere experten. Zij komen gedurende tien denkdagen samen om een toekomstvisie voor de Belgische gezondheidszorg uit te bouwen. Zelf vertegenwoordig ik er de verpleegkundigen. We zijn vertrokken van de reële vaststelling dat er in 2050 bijna een verviervoudiging zal zijn van het aantal 85-plussers in onze samenleving en dat bij een krimpende actieve bevolking. We moeten dus dringend iets doen om die zorglast draagbaar te houden voor de volgende generatie, voor onze kinderen, maar ook om de rol van de verpleegkundige een realistisch haalbare plek te geven in het zorglandschap. Strikt vasthouden aan wat verpleegkundigen vandaag doen is niet haalbaar. 

Een realistische blik op het landschap van de gezondheidszorg maakt dat een goed kwaliteitskader voor de coördinatie van de professionele zorg en voor de informele zorg zich opdringt. Verpleegkunde is immers meer dan het louter uitvoeren van handelingen. Verpleegkunde staat voor verpleegkundige therapeutische zorg voor de patiënt, inclusief begeleiding, diagnose, indicatiestelling, preventie en educatie, en binnen een interprofessionele context. 

Naast een actuelere definitie van verpleegkunde zou de bestaande lijst van verpleegtechnische handelingen dan te vereenvoudigen zijn tot een exclusieve lijst van voorbehouden handelingen, analoog aan die van de artsen. Die handelingen, waar verpleegkundige diagnostiek en de beslissing over uitvoering of delegatie deel van uitmaakt, kunnen bovendien ook niet aan anderen worden gedelegeerd. Dit advies werd reeds door het NVKVV overgemaakt aan de bevoegde ministers en kent hopelijk een uitrol tijdens de volgende legislatuur. Die beweging maakt informele zorg onder toezicht mogelijk met behoud van garantie op kwaliteit van zorg en geeft identiteit en duidelijkheid aan verpleegkundigen, maar nog belangrijker: aan de patiënt en bewoners.