Nieuws NVKVV
Terug

Uitbreiding testcapaciteit COVID-19

NVKVV vraagt uitbreiding bevoegdheid

In het kader van de maatregelen tegen de epidemie COVID-19 blijft de uitbreiding van de testcapaciteit in het nieuws. Een veralgemeende uitbreiding van de COVID-testen drijft de beroepsbeoefenaars voor de staalname, alsook de bevoegde medische laboratoria tot de uiterste grens van hun mogelijkheden.

Wettelijke regeling staalafname 
Het afnemen van de stalen is op dit ogenblik wettelijk voorbehouden aan artsen, verpleegkundigen en medisch laboratorium technologen. 

Een adviesvraag voor de uitbreiding van de bevoegdheid tot staalafname is door de nieuw aangestelde coronacommissaris Pedro Facon overgemaakt aan de Technische Commissie voor Verpleegkunde (TCV). In haar dringende vergadering van 19 oktober 2020 werden mogelijke pistes besproken om een antwoord te geven op het tekort. 

In volgende paragraaf van het persbericht Interministeriële Conferentie Volksgezondheid (IMC) van 19 oktober 2020 werd besloten: “Gezien de dringende noden op het terrein zal de IMC ondertussen al enkele concrete bijkomende maatregelen uitwerken. Zo zouden vroedvrouwen en logopedisten in de nabije toekomst de mogelijkheid moeten krijgen om, onder bepaalde voorwaarden, stalen af nemen.” 

Het NVKVV staat als ledenorganisatie met beide voeten in de realiteit en is in haar adviezen steeds consequent. Net zoals in mei 2020, bij de publicatie van het Koninklijke besluit inzake uitbreiding verpleegkundige activiteit, probeert ze ook hier een compromis te zoeken die in de eerste plaats onze patiënten en bewoners ten goede komen. Het NVKVV heeft in de TCV vervolgens gepleit voor de exclusieve lijst verpleegkundige handelingen, waardoor de testafname ook door andere gezondheidszorgberoepen zou kunnen worden uitgevoerd. Dit advies werd helaas niet gevolgd door het merendeel van de TCV. Wat het NVKVV bijzonder betreurt.

Motivatie van het NVKVV 
In het overgrote deel van de omstandigheden gaat de staalafname niet om een zeer ingewikkelde handeling (die zoals alle handelingen een risico inhoudt, maar beperkt). Zo kan bijvoorbeeld in een woonzorgcentrum een ergotherapeut, kinesitherapeut of zorgkundige die zijn patiënten en bewoners kent en hun vertrouwen heeft, de staalafname meer comfortabel uitvoeren dan een andere gezondheidszorgbeoefenaar die van buitenhuis wordt gestuurd. 

De verpleegkundige deskundigheid zit volgens het NVKVV in de opleiding van en toezicht op de uitvoering van de testafname en niet in de handeling van de testafname aan zich. M.a.w. moeten zij, ongeacht de zorgsetting, de ruimte krijgen om testprocedures op te stellen; wat belangrijker is dan elk staal persoonlijk zelf af te nemen. Ook voor de thuisverpleegkundigen dient de financiering hierop te worden afgesteld.

Waarom logopedisten en vroedvrouwen? 
De overheid heeft hiervoor beroep gedaan op de gegevens van de Federale Planningscommissie die vandaag een ‘overschot’ van logopedisten en vroedvrouwen aantonen. Verder beschikken beiden over een conventiecommissie in het RIZIV, wat het opstellen van nomenclatuur en bijgevolg facturatie mogelijk maakt. 

Het NVKVV erkent dat het inschakelen per nomenclatuurvergoeding van logopedisten en vroedvrouwen in testcentra zeer waardevol kan zijn. Echter voor de woonzorgcentra ziet het NVKVV hier geen mensgerichte oplossing. Wanneer de testafnames vlot zouden kunnen gebeuren door personen die reeds in de zorginstelling werken en vertrouwd worden door de bewoners (en gefinancierd zijn) creëert het inschakelen van gezondheidszorgberoepen van buitenshuis bovendien een bijkomende overheidskost.  

____________________________
Gecoördineerde wet betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen van 10 mei 2015, K.B. van 18 juni 1990, K.B. van 12 februari 2019.
_____________________________________

TOEGEVOEGD AAN DIT ARTIKEL OP 4 november 2020 : Het advies van de Technische Commissie voor Verpleegkunde met betrekking tot de staalname COVID waarin in dit artikel wordt verwezen werd gepubliceerd. Lees hier.