Nieuws NVKVV
Terug

Hervatting PCRtests asymptomatische hoogrisicocontacten

Brief coronacommissaris

Deze brief van de coronacommissaris op 17 november 2020 betreft: Beslissing van de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid - Hervatting van de PCRtests voor asymptomatische hoogrisicocontacten vanaf 23 november 2020 - duur van de isolatie ende quarantaineperiode - mogelijkheden die het portaal www.MijnGezondheid.be biedt om een test te reserveren, de resultaten te raadplegen en een quarantainecertificaat te verkrijgen.



De PCR-tests zijn een belangrijke, maar niet langer de enige component van de nieuwe teststrategie. Sedert enkele weken wordt de Europese markt overspoeld met tientallen commerciële snelle antigeentests, waarvan de betrouwbaarheid niet altijd adequaat werd onderzocht. 

 
Een Task Force Testing werd binnen het Regeringscommissariaat Corona in oktober opgericht, alsook een  permanente RAG Werkgroep Testing. Deze Task Force Testing werd opgericht door de Interministeriële Conferentie Volksgezondheid en bestaat uit vertegenwoordigers van alle overheden, ook van de deelstaten, waardoor dit tevens een overlegorgaan is om tot een coherent, geïntegreerd en flexibel testbeleid te komen ten dienste van onze bevolking. Deelstaten zullen bepaalde prioriteiten leggen m.b.t. het inzetten van speeksel of de snelle antigeentests, wat waardevolle informatie zal opleveren voor het eventueel verder uitrollen van deze strategie in andere regio’s van ons land. Het is inderdaad de bedoeling de teststrategie voortdurend bij te sturen op basis van de resultaten van de pilootprojecten en nieuwe wetenschappelijke inzichten. 

Op basis van de testindicaties en adviezen van deze RAG Werkgroep, zoals gepubliceerd door Sciensano, en de beschikbaarheid van de snelle antigeentests, heeft de Taskforce Testing een samenvattend schema ontwikkeld (zie Appendix).

De hoofdlijnen van samenvattend schema:
  • De PCR-test blijft de gouden standaard en wordt gebruikt om een zo sluitend mogelijke diagnose te stellen en een COVID-19 besmetting aan te tonen,  en dit voor alle doelgroepen. 
  • Bij patiënten met symptomen (symptomatische patiënten) zijn snelle antigeentests nagenoeg even betrouwbaar als de PCR-test. Snelle antigeentests dienen te worden afgenomen binnen de eerste 5 dagen na het begin van de symptomen, zo niet daalt de gevoeligheid aanzienlijk (risico op vals negatieven). De gevoeligheid van sneltests hangt ook in grote mate af van de kwaliteit van de afname. Daarom moeten ze uitgevoerd worden door getraind personeel én in een adequate omgeving die de veiligheid van iedereen garandeert. Bij sterk vermoeden van COVID-19 en een negatieve sneltest of bij kwetsbare personen met COVID-19 klachten, dient een PCR-test aangevraagd te worden.
  • Bij personen zonder symptomen (presymptomatische of asymptomatische patiënten) zijn snelle antigeentests, op basis van een beperkt aantal studies, duidelijk minder betrouwbaar dan de PCR-test. In de presymptomatische fase (periode voor het ontstaan van symptomen) zijn sneltests niet betrouwbaar. Sneltests zijn wel betrouwbaar bij personen die asymptomatisch blijven met hoge virale lading, en die dus besmettelijk zijn. Daarom is het gebruik ervan bij personen zonder symptomen voorlopig beperkt tot een setting waar een hoge prevalentie kan verwacht worden, zoals in een cluster in collectiviteiten met een laag-risico profiel (dus niet woonzorgcentra bv.). In deze context blijven de huidige richtlijnen van toepassing voor het opsporen en in quarantaine plaatsen van hoog-risicocontacten, maar kunnen de antigeentests gebruikt worden voor een breder onderzoek van de cluster.  
  • Speekselstalen zijn veelbelovend voor herhaalde testen omdat speeksel door de personen zelf kan worden afgenomen (zonder tussenkomst van zorgpersoneel en gebruik van beschermingsmateriaal) en omdat dit meer kindvriendelijk is. Op deze stalen moet echter een PCR-test uitgevoerd worden, en geen snelle antigeentest. In Wallonië werd een groot proefproject opgestart waarbij in alle niet-geïnfecteerde woonzorgcentra personeel wekelijks wordt getest a.d.h.v. ochtendspeeksel. Hierbij zal onderzocht worden of deze wekelijkse screening uitbraken kan voorkomen. In Antwerpen wordt in de middelbare scholen, in samenwerking met de Universiteit van Luik, speeksel PCR-tests vergeleken met diepe neus PCR-tests. Indien speeksel voldoende betrouwbaar is voor COVID-19 diagnose, biedt dit een meer kindvriendelijk afnamemethode.  
  • Zelftests zijn voorlopig wettelijk niet toegestaan maar zullen op termijn wellicht een plaats krijgen in de teststrategie. 
  • Andere testmethodes (bv. inzet van speurhonden, ademtests, enz.) worden onderzocht.
 
Waar kunnen snelle antigeentests nu of in de komende weken ingezet worden in het kader van de volksgezondheid?
  • De tests kunnen onmiddellijk gebruikt worden voor gebruik in ziekenhuizen bij symptomatische patiënten onder de verantwoordelijkheid van het laboratorium klinische biologie (reeds bestaand wettelijk kader).  In sommige ziekenhuizen worden deze tests inmiddels ook ingezet.
  • Tijdens de komende weken worden proefprojecten opgezet om snelle antigeentests in te zetten voor symptomatische patiënten in test- en triagecentra en huisartsenpraktijken. De bedoeling van dit proefproject is het onderzoeken van de randvoorwaarden (bv. logistiek) voor het invoeren van sneltests in de eerstelijns geneeskunde, en verzamelen van informatie voor het verder uitrollen van deze teststrategie. 
  • De testen kunnen onmiddellijk ingezet worden voor de diagnose van besmettingen, bij personen zonder klachten in het kader van een clusteronderzoek in collectiviteiten met een laag-risico profiel, zoals in scholen, bedrijven, sportclubs, bijzondere jeugdzorg  (i.e. niet in zorgvoorzieningen). In middelbare scholen is de inzet er vooral op gericht om de continuïteit van activiteiten te helpen verzekeren. Soms worden klassen immers reeds gesloten wanneer ten minste twee kinderen COVID-19 positief zijn - ongeacht of deze twee gevallen epidemiologisch met elkaar in verband staan of niet. Dit kan resulteren in een hoog aantal leerlingen/leraren in quarantaine en mogelijk onnodige sluitingen van klassen. Het gebruik van snelle antigeentests biedt een oplossing voor het snel screenen van leerlingen en leerkrachten/schoolpersoneel in het kader van clusters en het openhouden van klassen. Tevens worden leerlingen en leerkrachten/personeel met een positief testresultaat sneller in quarantaine geplaatst, waardoor het risico op verdere verspreiding van het virus beperkt wordt. 
  • In Vlaanderen zal onmiddellijk gestart worden met het inzetten van sneltests in zorgvoorzieningen (zoals woonzorgcentra) bij symptomatische bewoners, maar steeds in combinatie met PCR tot voldoende geweten is over de betrouwbaarheid van deze snelle antigeentests. Daarnaast wordt de komende weken een pilootproject opgezet waarbij de inzet van antigeentests in het kader van clusteronderzoek zal worden geëvalueerd, ook in combinatie met PCR. Dit zou moeten toelaten sneller uitbraken op te sporen en in te dijken. 
  • Tenslotte zal tijdens de komende weken in Vlaanderen gestart worden met een pilootproject voor het inzetten van sneltests om, op basis van het contactonderzoek van het CLB, hoog-risicocontacten in scholen bij de aanvang van hun quarantaine reeds te testen. Dank zij het sneller testen van hoog-risico contacten zullen secundaire besmettingen sneller kunnen opgespoord worden. Een negatief resultaat op de sneltest kan echter geen reden zijn om de quarantaine stop te zetten. 
Waar is er momenteel nog onvoldoende wetenschappelijk bewijs dat snelle antigeentests zinvol zijn?
  • Preventieve screenings. Er zijn twee scenario’s voor herhaaldelijk testen met sneltests: universeel testen of doelgericht testen van risicogroepen (verhoogde kans op clusters en/of kwetsbare personen). In het kader van een Europese samenwerking, die onder leiding staat van Prof. Goossens, worden tijdens de komende weken modellen ontwikkeld om de haalbaarheid van deze scenario’s te onderzoeken.      
  • Diagnostiek met uitsluitend gebruik van antigeen sneltests in hoog-risico settings zoals zorginstellingen, behoudens de gevalideerde proefprojecten. De PCR-test blijft tot nader order in deze setting aangewezen. 
  • Testen van asymptomatische hoog-risico contacten tijdens hun quarantaine, terugkerende reizigers, e.a.
Wat met het gebruik van snelle antigeentests in andere situaties?
Testen buiten het kader van de volksgezondheid (i.e. buiten de testindicaties zoals gepubliceerd door Sciensano) kunnen niet worden verboden. Er zijn reeds initiatieven gestart om  sneltests in te zetten voor het organiseren van bijvoorbeeld evenementen, zoals sportwedstrijden. We wensen er de nadruk op te leggen dat op basis van de huidige wetenschappelijke kennis, de snelle antigentests niet ingezet kunnen worden als sluitend bewijs voor de afwezigheid van een COVID-19 infectie in een random populatie. Hoogstens kan men stellen dat op de dag van een negatieve test deze persoon wellicht niet besmettelijk is. Dit betekent dat een negatieve test bij een asymptomatische persoon:
  • Geen sluitend  bewijs is dat deze persoon geen COVID-19 besmetting heeft. 
  • Op geen enkel moment een reden kan zijn om de basisregels niet te respecteren, quarantaine te weigeren of deze vroegtijdig te stoppen. 

Onder meer daarom zullen snelle antigeentesten buiten de Sciensano richtlijnen ook onder geen beding worden terugbetaald door de ziekteverzekering (voorbeelden zijn testen in het kader van reizen, organisatie van evenementen, in een economische context, … ).
Ongeacht in welke situaties de snelle antigeentesten worden ingezet, is accurate registratie van de testresultaten een minimale en noodzakelijke voorwaarde. Het is belangrijk dat de resultaten van de sneltesten centraal opgeslagen worden. Zo kunnen ze doorstromen naar de contact tracing want ook de hoog-risico contacten van de door een sneltest ontdekte besmette personen moeten gecontacteerd worden met het oog op een test en de noodzakelijke quarantaine. Bovendien is het belangrijk dat bv bij een sneltest door een school- of bedrijfsarts, nadien ook de huisarts of de patiënt zelf zijn resultaten kan terugvinden. Daartoe wordt een aparte resultatendatabank opgezet en een IT systeem dat dit doel bereikt zonder al te veel bijkomende administratieve last voor de artsen en staalafnamecentra. Begin december moet dit bijkomende systeem operationeel zijn.

Tenslotte is een wettelijk kader in uitwerking waarin de voorwaarden van terbeschikkingstelling, van afname, van uitvoering en van analyse worden vastgesteld. Dergelijk wettelijk kader is noodzakelijk omdat er sneltests op de markt komen die minder betrouwbaar zijn. In dat kader wordt ook de registratie van de resultaten bij Sciensano alsook de terugbetaling geregeld.